|
|
Kattebelletjes
|
Voor wie:
|
Secundair ond. 2de graad, Secundair ond. 3de graad
|
|
Wat:
|
Lezen
|
|
Waar:
|
Stichting Lezen
|
Soort activiteit:
|
Leesproject
|
|
Eindtermen en/of ontwikkelingsdoelen:
|
Nederlands
|
|
Het idee
| |
Contactgegevens
|
|
In 'Briefjes op de keukentafel' van Alice Kuipers (Mouria, 2008) verloopt de communicatie tussen moeder en dochter via kattebelletjes. Over heel alledaagse dingen, aanvankelijk. Maar beetje bij beetje worden de briefjes ernstiger van toon. Claires moeder blijkt namelijk erg ziek⦠Een boek dat je met enkele korte fragmenten snel kan introduceren in de les. En waarmee je heel eenvoudig aantoont hoe taal en stijl iets prijsgeven over de auteur van een brief.
| |
Fieke Van der Gucht
fiekevandergucht@stichtinglezen.be
Stichting Lezen
Frankrijklei 130/4
2000 Antwerpen
|
|
 |
In een notendop Het boek 'Briefjes op de keukentafel' staat in de kijker en vormt een interessant uitgangspunt voor een boeiende les. Kan plaatsvinden in een klaslokaal, maar evengoed in en samen met de bibliotheek.
|
Aan de slag
- Korte inhoud
Claires moeder heeft het drukdrukdruk. En Claire zelf weet haar tijd ook aardig te vullen: met school, vriendinnen en Michael. Ze zien elkaar zelden. En dus schrijven moeder en dochter heel wat heen en weer: briefjes op de keukentafel. Over alledaagse dingen - 'Wil jij boodschappen doen, Claire?' en 'Ok, als jij deze keer mijn zakgeld niet vergeet' - maar langzamerhand over veel ernstiger dingen - 'Ik voel me ONTZETTEND ROT, mam. Ik wist niet dat ik zoveel verdriet om iemand kon hebben'. Want Claires moeder blijkt heel erg ziek... Al is het boek geen stilistische hoogvlieger, de auteur koos wel voor een bijzonder originele vorm. Tweehonderd pagina's met kattebelletjes: briefjes waar je zo doorheen raast. Omdat ze zo kort en zo herkenbaar zijn. En later, als blijkt dat Claires moeder ziek is, omdat ze zo ontroerend zijn. Veel briefjes, weinig woorden, veel onverteld en toch stof voor een heel verhaal.
- Aan de slag in de klas of in de bibliotheek
Stap 1 – Klasgesprek Laat elke leerling een kattebelletje meebrengen naar school: eentje dat hun ouders voor hen achterlieten of dat ze zelf schreven. Laat hen die verspreid in de klas hangen. Leerlingen krijgen vijf minuten de tijd om elkaars kattebelletjes te bekijken. Daarna kan je hen volgende vragen stellen: • Wat valt je op aan de onderwerpen? • Wat valt je op aan de stijl, aan de vorm van het tekstje? • Kan je uit het kattebelletje iets opmaken over wie het geschreven heeft? Hoe?
Stap 2 – Individueel of duowerk Vertel kort iets over het boek. Klik hier voor de bespreking van Briefjes op de keukentafel op de Boekenzoeker. Geef daarna elke leerling of elk leerlingenduo twee kattebelletjes: eentje van Claires moeder en eentje van Claire zelf. Laat wel de aanspreking en de naam onderaan het briefje weg, zodat niet meteen duidelijk is of de moeder dan wel dochter aan het woord is. Kies twee briefjes uit met duidelijke verschillen in stijl (bijvoorbeeld: p. 11 – het kattebelletje van Claires moeder versus p. 32 – het kattebelletje van Claire zelf). Beide briefjes hebben gemeenschappelijke kenmerken - ze gaan over alledaagse dingen, ze zijn kort en bondig – maar elk van de briefjes verraadt ook iets over de auteurs van de briefjes. Claires moeder gebruikt steeds een aanspreking en ondertekent de briefjes ook duidelijk, ze gebruikt volzinnen en een rustige interpunctie. Claire gebruikt voortdurend hoofdletters om dingen in de verf te zetten. Haar interpunctie is veel heviger: zo gebruikt ze vaak enkele uitroeptekens en vraagtekens na elkaar. Laat de leerlingen beargumenteren waarom ze denken dat het ene briefje van Claire is, het andere van haar moeder. Dat kan de aanleiding zijn voor een uitgebreidere discussie over stijl en taalkenmerken. Kan Claire bijvoorbeeld dezelfde stijl hanteren in een e-mail aan een leerkracht?
Stap 3 – Individueel of duowerk Geef de leerlingen een later fragment uit het boek (bijvoorbeeld op p. 216). De briefjes in het boek worden langer: ze krijgen meer de vorm van echte brieven in plaats van kattebelletjes. Ook inhoudelijk verandert de toon: die is ernstiger en emotioneler. Vraag hen te noteren welke veranderingen opvallen. Wat zou er gebeurd zijn met Claires moeder? Hoe voelt Claire zich daarbij? Hoe wordt dat weerspiegeld in de stijl van haar brieven? In deze fase is het ook belangrijk dat je de leerlingen nieuwsgierig maakt naar wat er verder in het boek gebeurt. Leerlingen die willen, kunnen dan het boek na afloop lezen.
|
 |
|